hij staat daar
fier
trots
als een mastodont
van de stadsjungle
met onzichtbare lianen
hij beklimt
springt
trekt
alles wat voorbij komt
heeft een waarde
en is voedsel
voor de nieuw begonnen dag
hij krijst
schreeuwt
luider
naar soort genoten
en lagere soorten
die op zijn pad van geluk
de toegang versperren
vuilniszakken
open
scheurend
hakkend met zijn snavel
zoekend naar voedsel
zilvermeeuw is baas
van het ochtendgloren