het veredelde verleden
vlamt, als nooit tevoren
door een donker visioen
vol van troost en geweten
steeds brandt het verder
onwillig en ongewenst
als eenzame rijkdom
zodra gevoel heeft gestemd
het geluid trekt weldra voorwaarts
door hoop en door vrees
een tranendal zonder liefde
nutteloosheid ten spijt